OI
Wat is ovulatie-inductie? Inleiding.
Het lijkt wellicht een open deur maar ovulatie-inductie dient alleen plaats te vinden bij vrouwen die zelf geen (anovulatie) of in een hele lage frequentie ovulaties of eisprongen hebben en die zwanger willen worden. Het is niet te rechtvaardigen om een intensieve en potentieel gevaarlijke behandeling uit te voeren als de vrouw niet zwanger wil worden.
Oorzaken van anovulatie
Alvorens met ovulatie-inductie begonnen wordt zal de gynaecoloog in de regel hormonaal onderzoek doen naar de oorzaak. De stoornissen kunnen in diverse groepen worden ingedeeld:
- Groep 1.: hypogonadotrope hypooestrogene anovulatie: de stoornis is gelegen in de hypothalamus (een gebied in de hersenen) of de hypophyse (hersenaanhangsel). Er wordt te weinig GnRH (gonadotroop releasing ('vrijmakend') hormoon) door de hypothalamus of FSH (follikel stimulerend hormoon) door de hypofyse aangemaakt. Het effect is dat de eierstokken te weinig gestimuleerd worden om follikels te laten groeien. De meest voorkomende oorzaken zijn: stress, sterk gewichtsverlies en intensief sporten.
- Groep 2.: normogonadotrope normooestrogene anovulatie. Er zijn eigenlijk geen duidelijke hormonale afwijkingen, maar toch is het subtiele samenspel tussen hypothalamus en hypophyse enerzijds en de eierstokken anderzijds verstoord, zodat het toch niet of te weinig frequent tot ovulatie komt. Tot deze groep worden ook vrouwen met het polycysteus ovarium syndroom (PCOS) gerekend.
- Groep 3.: hypergonadotrope hypo-oestrogene anovulatie: de stoornis is gelegen in de eierstokken. De hypothalamus en hypofyse doen hun uiterste best om de eierstokken te stimuleren (het FSH in het bloed is verhoogd), maar het lukt niet. Deze vrouwen zijn niet behandelbaar, omdat er geen of nog maar heel weinig follikels in de eierstokken aanwezig zijn. Deze situatie is vergelijkbaar met de periode na de overgang.
Wijzen van behandeling
De indeling in bovenstaande drie groepen is zinvol, omdat de wijze van behandeling verschilt.
Groep 2, waarin de meeste vrouwen kunnen worden ingedeeld, is in de regel goed te behandelen met het hormoon Clomifeencitraat, in de handel als tabletten met de merknamen Clomid® en Serophene®. Dit is een simpele, goedkope, weinig belastende en vaak succesvolle behandeling. Ook de controles door de gynaecoloog zijn niet erg intensief. Echter niet iedereen reageert hier goed op of wordt zwanger. Indien er na zes tot maximaal twaalf behandelingen geen zwangerschap is opgetreden zal in de regel worden overgeschakeld op FSH (zie onder).
Groep 1 kan behandeld worden met het hormoon GnRH als de stoornis in de hypothalamus is gelegen en de hypofyse normaal functioneert. Het GnRH dient echter via pulsjes te worden toegediend, zodat dit alleen mogelijk is via een pompje waarbij een infuusje in een bloedvat of onderhuids is ingebracht. Het is een elegante, maar 'ongemakkelijke'. De controles door de gynaecoloog zijn niet intensief, maar het pompje moet dag en nacht gedragen worden, hetgeen niet altijd makkelijk te combineren is met dagelijkse bezigheden, zoals sporten (zwemmen) en in bad gaan. Als er wordt gekozen voor een infuusje in een bloedvat, zal dit in de regel in de arm worden ingebracht en zal de vrouw vragen van anderen kunnen verwachten over de reden van het infuus.
De tweede mogelijkheid is het toedienen van FSH, in de handel als Gonal F® en Puregon®. Dit hormoon dient te worden toegediend via een dagelijkse onderhuidse injectie. Dit is gemakkelijk te leren door de vrouw zelf of haar partner. De controles door de gynzecoloog zijn met deze behandeling een stuk intensiever, omdat hierbij het risico bestaat dat er (veel) meer dan één follikel gaat groeien en er dus een risico bestaat op een (grote) meerlingzwangerschap.
Voor groep 3 is nog alleen de mogelijkheid over om via een donor eicel (eicel afkomstig van een andere vrouw) zwanger te raken. Hier zal een IVF procedure / behandeling moeten plaats vinden. De donor zal moeten worden gestimuleerd met hormoon injecties en zal een eicel punctie moeten ondergaan. De eicellen kunnen op het laboratorium worden samen gebracht met de zaadcellen van de wensvader. Als de bevruchting gelukt is, dan moet het embryo worden terug geplaatst in de baarmoeder van de wensmoeder of acceptor. De wensmoeder of acceptor heeft dan medicijnen gebruikt om haar baarmoeder gereed te maken voor een innesteling. (lees ook voor meer informatie bij IVF behandeling)
|