|
Geneesmiddelen en fertiliteit
Teratogeen effect
Diverse geneesmiddelen die in de zwangerschap gebruikt worden, kunnen een teratogeen (beschadigend) effect hebben op het embryo of de foetus. De effecten op de foetus worden bepaald door het moment van inname, de hoeveelheid en de passage van het middel door de placenta (moederkoek).
Van een paar middelen staat vast dat ze voor de mens teratogeen zijn; van de meeste andere geneesmiddelen is de veiligheid tijdens de zwangerschap niet vastgesteld.
Verschillende categorieën
Doordat in de wereld veel informatie verzameld is over gebruik van geneesmiddelen tijdens de zwangerschap, is er toch inzicht in de effecten van geneesmiddelen op de foetus.
Er is een indeling gemaakt in schadelijkheid van middelen in de zwangerschap.
- Categorie A: deze middelen geven geen verhoogde kans op afwijkingen bij de vrucht wanneer gebruikt in de zwangerschap
- Categorie B: middelen waarover nog onvoldoende gegevens bekend zijn om de veiligheid vast te stellen. Vaak is bij deze middelen in dierexperimenteel onderzoek geen schadelijkheid vastgesteld
- Categorie C: deze middelen kunnen bij de foetus hetzelfde werkingsmechanisme hebben als bij de vrouw aan wie het gegeven wordt, maar teratogene effecten zijn niet bekend
- Categorie D: van deze middelen is bekend of wordt vermoed dat ze teratogeen zijn.
Keuze
De keuze van het voor te schrijven geneesmiddelen aan de zwangere vrouw zal bepaald worden door de ernst van de ziekte van de vrouw en het effect van het geneesmiddel op de ongeboren vrucht. Hierdoor is in Nederland de houding bij artsen dat aan zwangere vrouwen geen geneesmiddelen worden voorgeschreven, tenzij…(het echt noodzakelijk is)
Informatie
Van vele middelen die door de huisarts worden voorgeschreven is de teratogeniciteit bekend. Maar van vele middelen weten artsen niet goed in welke categorie ze vallen. In Nederland wordt alle informatie over geneesmiddelen en hun effecten op de foetus verzameld door het RIVM in de Bilt. Dit bureau heeft ook toegang tot de gegevens uit andere landen en de medewerkers kunnen vaak nuttige en aanvullende informatie geven over gevaren of veiligheid van geneesmiddelen in de zwangerschap.
Bezoekt u wanneer u meer wilt weten de website van het RIVM www.rivm.nl
of stuur een e-mail naar info@healthbase.nl
Guus Vermeulen, gynaecoloog Diaconessenhuis Meppel
Behandeling met geneesmiddelen van vruchtbaarheidsproblemen bij de vrouw
Met opzet laat ik hier de IVF behandelingen buiten beschouwing omdat hierbij de hormoonbehandeling enkel tot doel heeft om meer eicellen te verkrijgen, terwijl er meestal bij deze vrouwen geen cyclusstoornissen zijn.
Behandeling bij cyclusstoornissen
Allereerst is het belangrijk om er achter te komen wat de oorzaak is van de cyclusstoornis. Hiervoor is een internationale classificatie opgezet (World Health Organisation = WHO groep 1, 2 en 3)
WHO 1
Hierbij werkt de hypothalamus klier in de hersenen onvoldoende. Deze klier zet de hypofyse aan tot het maken van FSH (follikel stimulerend hormoon). Bij een stoornis in de samenwerking tussen beide klieren worden dan onvoldoende hormonen geproduceerd voor de eicelrijping.
Behandeling: De behandeling van eerste keus is een hormoonpompje wat een keer per 90 minuten een hormoon afgeeft en zo de functie van de hypothalamus overneemt.
WHO 2
Hierbij is er een verstoring van het regelmechanisme tussen de eierstok en hypothalamus en hypofyse klier in de hersenen.
Behandeling: (zie hiervoor ook het artikel over PCO)
- Allereerst word er met clomifeencitraat tabletten gestart. Ongeveer 70 % van de vrouwen krijgt krijgt een eisprong en uiteindelijk wordt 50% zwanger. Bij sommige vrouwen met overgewicht en een gestoorde suikerstofwisseling worden goede resultaten beschreven van de combinatie van clomifeencitraat met metformine. Dit laatste beinvloed de suikerstofwisseling. Bij anderen werkt een combinatie van clomifeencitraat met Naltrexone gunstig. Dit middel laatste middel beinvloed weer de hypothalamus klier.
- FSH (follikel stimulerend hormoon) is een hormoon wat normaal gesproken door de hypofyse in de hersenen wordt gemaakt. Dit hormoon zet de eierstok aan tot de vorming van eicellen. Dit hormoon kan uit de urine van vrouwen in de menopauze worden gewonnen, maar tegenwoordig wordt het ook in het laboratorium geproduceerd (Gonal F en Puregon). Door het geven van deze hormonen worden de eierstokken rechtstreeks geactiveerd tot het maken van een of meerdere eicellen.
WHO 3
Dit is een groep vrouwen waarbij een verhoogd FSH gehalte in het bloed wordt gemeten. Deze situatie ontstaat als een vrouw in de overgang komt.
Behandeling: Helaas is hier geen behandeling voor mogelijk. De biologische klok kan niet teruggedraaid worden. De enige mogelijkheid tot het krijgen van kinderen is hier dan nog eicel adoptie, het krijgen van eicellen van andere vruchtbare vrouwen. De eicel donor moet hiervoor een IVF behandeling ondergaan.
4 Verhoogd Prolactine
Deze groep vrouwen hebben een verhoogd gehalte van het prolactine hormoon in hun bloed. Dit hormoon zorgt normaal voor de melkafgifte bij vrouwen die net bevallen zijn. Als dit hormoon verhoogd is bij niet zwangere vrouwen kunnen deze vrouwen cyclusstoornissen hebben. Sommigen bemerken ook dat ze vocht uit de tepels hebben. Ook hier ligt de oorzaak weer in de hypofyse. Een bepaald gebied in de hypofyse zorgt hier autonoom voor verhoogde prolactine afgifte.
Behandeling: Dit kan behandeld worden door een dopamine agonist (Dostinex). Dit remt de aanmaak en de afgifte van Prolactine uit de hypofyse. 80 % krijgt na het gebruiken van deze middelen weer een gewone cyclus.
Brigitte Roozenburg, fertiliteitsarts Ziekenhuis Rijnstate Arnhem
Subfertiliteit bij mannen door geneesmiddelen
In de afgelopen 50 jaar is de kwaliteit van het semen in algemeen zin verslechterd, leidend tot een verminderde vruchtbaarheid van mannen. Naast milieufactoren zijn met name geneesmiddelen en drugs van groot belang.
Deze invloed op de kwaliteit van het semen kan op twee niveaus plaats vinden:
- directe invloed op dat deel van de testis dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van spematozoa
- ophoping van toxische stoffen in het zaadplasma leidend tot beschadiging van spermatozoa.
Verder kunnen geneesmiddelen de sexuele respons beïnvloeden; bètablokkers, frequent
voorgeschreven bij hoge bloeddruk, kunnen impotentie veroorzaken.
Corticosteroïden kunnen een negatieve invloed hebben op spermaconcentraties en sexuele functies. Chemotherapie wegens een kwaadaardige ziekten kan de productie van sperma blijvend beschadigen.
Van een aantal andere middelen is bekend dat het effect op de spermaproductie en spermakwaliteit afhankelijk is van duur en dosering.
Salazopyrine en andere daar van afgeleide geneesmiddelen gebruikt bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa en diverse reumatische aandoeningen hebben een negatieve invloed op spermakwaliteit. Het preparaat vervangen door een ander leidt dan vaak tot herstel van de vruchtbaarheid. Ook cafeïne, nicotine en alcohol hebben een negatieve invloed op de spermaproductie. Middelen gebruikt bij epilepsie zijn ook slecht voor de mannelijke vruchtbaarheid.
Niet alle middelen zijn slecht; het lijkt erop dat verapamil en bepaalde NSAID`s (zoals brufen) een gunstig effect hebben op de spermaproductie. Dit zijn echter alleen nog maar resultaten bij proefdieren.
Wanneer er sprake is van mannelijke subfertiliteit, moet stilgestaan worden bij het genees- en genotmiddelen gebruik. Het wijzigen van medicatie en het stoppen van excessief gebruik van genotmiddelen kan vaak de vruchtbaarheid herstellen.
Guus Vermeulen, gynaecoloog Diaconessenhuis Meppel
|