Onderzoek

U hebt besloten een arts (huisarts, gynaecoloog, uroloog) te bezoeken vanwege het uitblijven van een zwangerschap. Zeker geen gemakkelijke beslissing. U kunt te maken hebben met een bezorgdheid over het uitblijven van de zwangerschap, vrees hebben voor het medische circuit, twijfel hebben over het juiste tijdstip, niet weten hoe u dit alles moet combineren met uw dagelijkse bezigheden of u hebt totaal geen idee hoe het een en ander zal verlopen.

In veel gevallen is het goed om bij uw huisarts te beginnen en hem/haar tot uw vertrouwenspersoon te maken. Goede informatie kan heel veel betekenen voor de wijze waarop u het een en ander kan verwerken: vraag daarom uw zorgverlener(s) hier naar en probeer het gevoel van vrijheid te behouden, dat u en uw partner uiteindelijk beslissen hoe ver u beiden in het onderzoek en eventuele behandeling wilt gaan. U kunt merken dat er soms eens gestelde grenzen worden verlegd; besef dan dat u dat zelf hebt gewild en dit niet aan u is opgedrongen.

Dit hoofdstuk handelt over dat onderzoek. Omdat iedere arts zo zijn / haar methode heeft, is het goed te beseffen, dat de volgorde, maar ook de onderdelen van het vruchtbaarheidonderzoek (vaak wordt de afkorting OFO gebruikt, of wel Oriënterend Fertiliteit Onderzoek) van arts tot arts en van ziekenhuis tot ziekenhuis kan verschillen!

Het doel van het OFO is de oorzaken te vinden, die belemmerend werken op het ontstaan van een zwangerschap. Met de uitkomsten van het OFO kan een behandelplan worden uitgestippeld of worden geadviseerd (nu op goede gronden van de uitkomsten van het OFO!) om geduld te betrachten, aangezien studie heeft uitgewezen dat een behandeling (hormonen, IUI of IVF op dat specifieke moment géén hogere kans geeft op een zwangerschap. Hier wil ik u er al op wijzen dat het meest volledige onderzoek geen afwijkingen kan opleveren. We spreken dan van een “onbegrepen subfertiliteit” (idiopatische infertiliteit). Enigszins teleurstellend aan één kant (“dan had ik geweten waar het aan lag!”), aan de andere kant ook een bron van geruststelling en hernieuwd zelfvertrouwen.

In vrijwel alle gevallen zal de geraadpleegde arts beginnen met vragen stellen (of, anders gezegd, van u en uw partner de anamnese afnemen tijdens het eerste bezoek; via deze vragen komt de arts aan de weet hoe lang u al bezig bent met uw kinderwens, of u al eerder zwanger bent geweest, hoe het verloop van deze zwangerschap(pen) was en hoe het gesteld is met uw gezondheid (vroegere ziekenhuisopnames, operaties, medicijnengebruik). U kunt vragen verwachten over de menstruele cyclus, het gebruik van anticonceptie tot aan uw kinderwens. Vaak wordt ook gevraagd naar een familieanamnese: hoe was het uw ouders toentertijd vergaan: hoe was de menstruele cyclus bij uw moeder / zuster(s); kenden uw vader en eventuele broer(s) ook problemen bij het zaadonderzoek. Zijn er ziekten, die in de familie bekend zijn, zoals suikerziekte, aangeboren afwijkingen.

Nadat het verhaal (anamnese) is verkregen wordt dikwijls overgegaan tot het lichamelijk onderzoek. Afhankelijk van de antwoorden en de bevindingen bij het lichamelijk onderzoek bij de vrouw of bij de man kan uw arts het verdere onderzoek met u afspreken. Onderdelen van het fertiliteitonderzoek (zoals al gezegd, de volgorde kan in uw situatie een heel andere zijn):

Onderzoek bij de vrouw

  • gericht op het opsporen van eventuele stoornissen in de menstruele cyclus
    • het dagelijks bijhouden van de basale (= in rust) lichaamstemperatuur (BTC)
    • het doen van 1 of meer bloedafnames om na te gaan of hormoonproducerende organen stoornissen veroorzaken (“de hormonale screening”; laboratorium onderzoek)
    • één of meerdere malen echografie van de eierstokken
  • gericht op het opsporen van afwijkingen aan baarmoeder en/of eileiders
    • de baarmoederfoto of hysterosalpingografie
    • de kijkoperatie of laparoscopie
    • het onderzoeken van de binnenzijde van de baarmoeder (hysteroscopie)
Onderzoeken bij de man

om “mannelijke”oorzaken van de

subfertiliteit

op te sporen.

  • één of meerdere onderzoeken van het zaadmonster (= de semenanalyse)
  • de scrotale echografie (onderzoek van de balzak met echo)
  • de testisbiopsie (het bestuderen van de zaadproductie na afname van cellen uit de balzak met behulp van een microscoop)

Bij de laatste onderzoeken (nr 2 en nr 3) kunnen worden voorgesteld om na te gaan of er oorzaken zijn te vinden voor een verminderde zaadkwaliteit (zie semenanalyse)

  • bij de bevestiging van afwijkende zaadkwaliteit (zie semenanalyse) kan ook bij de man bloedonderzoek worden voorgesteld (hormonale screening)

Onderzoek bij het paar naar de interactie tussen man en vrouw bij het vervullen van een kinderwens.

  • de test na de samenleving (Sims-Huhnertest of post-coitum test)
  • erfelijkheidsonderzoek: bloedafname bij het paar ten behoeve van chromosomaal- of DNA onderzoek bijv. in het geval van het herhaald (meer dan 2x) doormaken van een miskraam of in geval van de geboorte van een eerder kind met chromosomale/genetische afwijkingen.
21.07.2009
Er is momenteel geen nieuws.

Meer...