|
Het oriënterend fertiliteits onderzoek bij de man
De semenanalyse (SA)
Om de kwaliteit van het sperma te bepalen worden semen analyses verricht. In het algemeen zullen twee semen analyses worden gedaan. De periode tussen de analyses moet minimaal twee weken zijn daar de zaadkwaliteit van een man kan variëren. Indien de eerste twee sperma analyses veel van elkaar verschillen zal ter controle nog een derde analyse worden verricht. Pas hierna krijgt u dan de officiële uitslag over de kwaliteit.
Bij een semen analyse wordt het aantal spermacellen, de beweeglijkheid en de vorm van de spermacellen bepaald. Ook wordt gekeken naar het volume, de zuurgraad en de hoeveelheid suiker van het ejaculaat, evenals de aan of afwezigheid van sperma antistoffen (MAR-test).
Voor het inleveren van het sperma dient u het volgende te weten: U dient drie dagen onthouding in acht te nemen. Het te onderzoeken sperma verkrijgt u door middel van masturbatie. Het sperma vangt u op in het potje dat u van de polikliniek heeft meegekregen. Dit potje is schoon en mag niet gereinigd worden. Mocht niet al het sperma in het potje terecht zijn gekomen dan meldt u dat. Het sperma mag vaak thuis geproduceerd worden maar tussen het tijdstip van de zaadlozing en het tijdstip van aflevering op het spermalaboratorium mag maximaal een uur verstrijken. Gedurende dit uur moet het sperma op temperatuur blijven. Om deze temperatuur tijdens het vervoer te handhaven houdt u het potje tegen uw lichaam (bijvoorbeeld in uw binnenzak). Ook dient u in te melden of u twee maanden voorafgaand aan dit onderzoek: a) koorts heeft gehad, b) een overgevoeligheidsreactie heeft doorgemaakt (hooikoorts, astma, netelroos, eczeem), c) medicijnen heeft gebruikt (hieronder vallen ook aspirines), of d) een operatie heeft ondergaan. Wanneer het sperma goed is, stopt hier het onderzoek bij de man. Indien de sperma kwaliteit is verminderd kunnen de volgende tests worden verricht.
Het lichamelijk onderzoek
Indien het sperma onderzoek afwijkend is verricht de arts een onderzoek van de geslachtsdelen. Dit onderzoek is pijnloos. Gelet wordt op de grootte en aard van de zaadballen (testikels), de aan- of afwezigheid van de bijballen (epididymis) en zaadleiders en of er sprake is van vocht of spataderen in de balzak (hydro/varicocele) of van een liesbreuk.
De hormoonscreening
Afwijkingen in de geslachtshormonen kunnen de oorzaak zijn van slechte sperma. Ook kan duidelijk worden na bepaling van de geslachtshormonen of de verminderde sperma kwaliteit komt door een stoornis in de productie van spermacellen; de zaadbal maakt geen of te weinig spermacellen, of het gevolg is van een obstructie in de weg die spermacellen moeten afleggen totdat zij het lichaam verlaten. De geslachtshormonen bepaald men in het bloed.
De Scrotale Echografie (SUS)
Indien het sperma niet normaal van kwaliteit is zal een echo van het scrotum (balzak) worden verricht. Hiermee kan worden vastgesteld of afwijkingen in de balzak mogelijk de oorzaak zijn van de verminderde spermakwaliteit. Gelet wordt op het volume van de testikels, de aanwezigheid van spataderen in de balzak (varicocele), vochtophoping in de balzak (hydrocele of cysten) en de mogelijke aanwezigheid aanwezigheid van een kwaadaardige afwijking, dit komt overigens slechts bij grote uitzondering voor. Indien er een verdenking is op een kwaadaardige afwijking zal de uroloog verder onderzoek verrichten.
Een SUS duurt gemiddeld 15 minuten en is pijnloos. U ligt op een onderzoeksbank en er wordt gel op de testikels aangebracht waarna met de echo over de testikels wordt gegaan. Op het computerscherm dat aangesloten is op de echo kan de röntgenoloog de structuren in de testikel waarnemen.
Testis bioptie
Deze test wordt niet vaak uitgevoerd. Wanneer geen zaadcellen in het sperma worden gevonden, de testes normaal van grootte zijn en de hormonen niet afwijkend, zal in een enkel geval een testis bioptie gedaan worden. Dit gebeurt bij de uroloog. Er wordt een stukje uit de zaadbal genomen, onder lokale of algehele verdoving, dat verder beoordeeld wordt door een patholoog. Als er normale sperma aanmaak is dan is de oorzaak gelegen in een obstructie van de zaadwegen.
Erfelijkheids onderzoek
Afwijkend sperma kan soms een erfelijke of genetische oorzaak hebben. Alle erfelijke informatie ligt opgeslagen in de cellen van het lichaam in de vorm van DNA. Wanneer cellen in een bepaalde delingsfase zijn kan DNA zichtbaar worden als chromosomen. In totaal heeft ieder persoon 23 chromosomenparen, dus in totaal 46 chromosomen, waarvan één paar de geslachtschromosomen zijn. Voor de man zijn dit één X en één Y chromosoom, voor de vrouw twee X chromosomen. Afwijkingen in aantal en vorm van de geslachtschromosomen, kunnen een relatie hebben met slecht sperma net zoals specifieke afwijkingen in het DNA van het Y chromosoom.
Voor het beoordelen van de chromosomen en het DNA van het Y-chromosoom wordt bloed afgenomen en het onderzoek moet plaatsvinden in een centrum waar een afdeling 'klinische genetica' is. Bij afwijkingen kunnen zij dan ook adviezen en uitleg geven over de consequenties van de gevonden afwijkingen.
Gabriela Dias Pereira, fertiliteitsarts
|