Onderzoeken bij de man

De semen analyse
In Nederland gelden in het algemeen de normaalwaarden voor de semen analyse zoals die door de World Health Organisation (WHO) zijn opgesteld

Semenplasma Spermacellen
volume: 2.0 ml concentratie: > 20.106/ml
pH: 7.2-7.8 beweeglijkheid: >50%
fructose: >10 um/ml normale vormen: > 30% normale koppen
MAR-test: <10% (sperma antistoffen)

Als blijkt uit de semen analyse dat de kwaliteit van het sperma goed is, is het onderzoek van de man afgerond en richt het vervolg van het onderzoek naar de oorzaak van de infertiliteit van het paar zich op de vrouw. Wanneer de kwaliteit van het sperma afwijkend is, volgen de onderstaande onderzoeken bij de man.

Het lichamelijk onderzoek
Hierbij worden de lengte, het gewicht en de bloeddruk bepaald. Daarna zal gekeken worden naar lichaamsbouw, borstontwikkeling en beharingspatroon. Voor het onderzoek van het geslacht van de man let de arts onder andere op de balzak, de zaadleiders, de grootte van de testikels, de consistentie, de aanwezigheid van varikocèle en de penis.

Hormoonscreening
Hormonen met betrekking op de spermaproductie worden bepaald in het bloed.

Echoscopie van het scrotum (balzak)
Met een echo kunnen de testikels en de balzak beoordeeld worden. Dit onderzoek is pijnloos. Er wordt gelet op het volume van de testikels, de aanwezigheid van spataderen in de balzak (varicocèle), vochtophoping in de balzak (hydrocele of cysten) en de mogelijke aanwezigheid aanwezigheid van een kwaadaardige afwijking (dit komt slechts bij grote uitzondering voor).

Het genetisch onderzoek
Als het sperma zeer afwijkend is zal meestal genetisch onderzoek worden verricht. De erfelijke informatie ligt opgeslagen in alle cellen van het lichaam in de vorm van DNA. Wanneer cellen in een bepaalde delingsfase zijn kan DNA zichtbaar worden als chromosomen. In totaal heeft ieder persoon 23 chromosomenparen, dus in totaal 46 chromosomen, waarvan één paar de geslachtschromosomen zijn. Voor de man zijn dit één X en één Y chromosoom, voor de vrouw twee X chromosomen. Afwijkingen in aantal en vorm van de (geslachts)chromosomen kunnen zichtbaar worden in het karyogram dat een soort chromosomenkaart is. In enkele ziekenhuizen zal extra onderzoek naar het DNA van het Y-chromosoom plaatsvinden omdat specifieke afwijkingen hiervan de oorzaak van de slechte spermakwaliteit kunnen zijn.
Voor onderzoek naar veranderingen in het DNA gebruiken wij bloedcellen. Deze zijn makkelijk te verkrijgen en goed te onderzoeken. Men zal dus bloed afnemen.

Testisbiopsie
Wanneer nog twijfel bestaat of een aanmaakstoornis of een obstructieve stoornis de oorzaak is van totale afwezigheid van spermacellen in het ejaculaat, zal in enkele gevallen een hapje (biopsie) uit de testikels worden gehaald om dit te onderzoeken. Dit doet een uroloog.

De Sperma Overlevingstest (SOT)
Bij dit onderzoek zal het absolute aantal beweeglijke spermacellen na bewerking worden bepaald. Dit is van belang omdat afhankelijk van deze uitslag de mogelijkheden voor behandeling duidelijk worden.
Binnen elk ziekenhuis zijn normen gesteld waaraan de SOT moet voldoen om voor verschillende behandelingen in aanmerking te komen. Als de infertiliteit alleen wordt veroorzaakt door de man zal de keuze van de behandeling bestaan uit:

  • Intra Uterine Inseminaties (IUI)
  • In Vitro Fertilisatie (IVF)
  • Intra Cytoplasmatische Sperma Injectie (ICSI)
  • MESA/TESE en ICSI (alleen mogelijk in België)
  • Kunstmatige Inseminatie met Donorsperma (KID)

Gabriela Dias Pereira, fertiliteitsarts